100 jaar Fivelveld

Bij een eerbiedwaardig lustrum als dit 100-jarig bestaan van Fivelveld hoort uiteraard ook een terugblik op dit groot aantal jaren tennisplezier. Om uit het erg vroege verleden te putten, werden vergeelde stukken uit het archief opgeduikeld. Dat bleken veelal met de hand, schuin geschreven soms onleesbare notulen of oude rekeningen. Hieronder een aantal ontcijferde opmerkingen, met het bewijs dat er in vergelijking met ‘t Fivelveld van nu zo veel veranderd is in honderd jaar.

‘Van oude tennissers, de ballen die voorbij gaan’.

De allereerste baan was een betonbaan op een perceel grond, aangekocht van de heer Roggenkamp. Er waren toentertijd 20 mensen die obligaties kochten. Het zal duidelijk zijn dat deze mensen een flinke vinger in de pap hadden( om niet te zeggen de hele hand) voor het reilen en zeilen van de club en het spelen op de baan. Het maximum aantal leden voor deze ene baan werd door deze commissie op 40 senioren en 30 juniorenleden gesteld.

De toegang tot de baan was een fietspaadje naast een sloot vanaf de Farmsumerweg. Er was een houten gecarboleűmd hok, (een gewezen haan- en kippenverblijf?) met twee ruimtes die gebruikt werden als kleedruimte. In de zomer was er tegen de zon een soort tentje. Gezelligheid alom, maar een komfoortje met theepot ontbrak…..

In de winter van 1921 bedroeg de contributie 25 gulden per jaar (omgerekend ca €11,-). In notulen van jaarvergaderingen kunnen we verder teruglezen dat ‘er sprake was van enkele senior- en juniorleden, die weggeslagen ballen vergaten te halen of te zoeken. Mocht deze ziekte chronisch worden, werd voorgesteld, om ze voor deze schade te laten betalen’. En dit was niet de enige ziekte waarover men in de vergadering sprak: ene Mej. Bleeker was het hele seizoen ziek geweest en vroeg om restitutie van haar contributie. Ze kreeg gelukkig negen gulden terug.

Op de ledenvergadering van het jaar 1931 stelde de heer Vos grootse plannen voor. Wat zou het mooi zijn dicht aan het centrum een tennispark te realiseren met twee banen, kleedhokken en een goed café en op de banen vele wedstrijden door het publiek te aanschouwen. De leden bleken hier nog niet direct aan toe.

Pas in november 1935 was het plan te beginnen met een nieuwe betonbaan. Deze zou een zacht rode kleur krijgen en zou 1 april 1936 gereed moeten zijn. Wel moest er nog gekeurd worden, door een proef op een betontegel, of het rood niet afgaf op de ballen!

De oorlog kwam eraan. In het begin daarvan ging het tennissen door. De ballen werden erg schaars, dus werd er gepoogd ze opnieuw te bekleden. Dat was helaas niet mogelijk. Wel werden ze opgeruwd en op spanning gebracht. Nog later in het jaar 1942/43 werden meer dan vijf mensen op de baan verboden. Dat werd als samenscholing gezien en door de bezetter niet toegestaan.

In deze periode zijn er weinig vermeldingen meer gevonden, het notulenboek bleef leeg. De verschrikking van de oorlog was ook hier in Appingedam tot volle besef doorgedrongen.

De eerste jaren na de oorlog zijn er geen geschriften gevonden. Men was bezig alles weer op te bouwen. Zo ook de tennisbaan en de vereniging. Langzaamaan kwam alles weer iets op gang. Pas begin jaren ‘60 werd een begin gemaakt met het aanleggen van twee gravelbanen. Door het uitgeven van nieuwe obligaties kon dat worden gerealiseerd. De oude baan zat vol scheuren en de afrastering waaide regelmatig om.

In 1969 werd, met het oog op het vijftig jarig bestaan, op aanvraag van de club een besluit goedgekeurd voor het uitreiken van de gouden bondsvlag van de K.N.L.T.B. Hij wappert trots bij gelegenheden aan de mast naast de banen.

Het aantal leden was niet groot. Wel werd er een kantine gebouwd met kleedkamers, toilet en douche. Ruim tien jaar later werden baan 3 en 4 aangelegd. Nog later werd, na verkoop van de Pelikaanhal, een stuk grond van gemeente aangekocht en de vijfde baan gerealiseerd plus een toegang met parkeergelegenheid. Er kwam steeds meer animo voor de tennissport en vraag naar lessen. Tegenwoordig is er een tennisleraar, maar in het begin werd er door uitblinkende leden met enige kennis van zaken les gegeven. In 1999 pas werden de banen van verlichting voorzien, zodat nu ook ‘s avonds verder getennist kon worden. Een hele opluchting voor de enthousiastelingen.

Dit alles onder de onorthodoxe leiding van onze langst zittende, tijdens bestuursvergaderingen karakteristiek half achterover liggende, voorzitter Rik Zeemering. Dat iemand 48 jaar voorzitter is van een club dat zegt heel veel, zo niet alles. De andere bestuursleden kwamen en gingen. Waarschijnlijk omdat ze al snel de welkome indruk kregen dat hij veel voor elkaar kreeg. Vaak hoefden de anderen alleen maar in te stemmen met de aangebrachte ideeën van sommige leden en zijn eigen gevolgtrekkingen, die hij dan binnen de kortste keren had gerealiseerd. Hij had overal in- en uitgaande wegen. Hij heeft veel voor elkaar gekregen voor de club. Terecht dat het park naar hem is vernoemd. Die eer komt hem toe.

Giny Damhof

Vragen?

logo

E-mail

[email protected]

Telefoon

+31 596 627 131

Clubhuis

Farmsumerweg 19-1
9902 BK APPINGEDAM